Auteur: admin

  • Wat zit er eigenlijk in moedermelk?

      
        ← Terug naar de website     

    Janou Lemmerling · leestijd 5 minuten

        
          

    Voeding voor je baby is een onderwerp waar veel meningen over bestaan en weinig rust in zit. Laat ik daarom beginnen met wat ik echt vind: de keuze die jij maakt is jouw keuze, en die is goed.

          

    Borstvoeding lukt niet altijd, past niet altijd, en is niet altijd wat iemand wil. Combinatievoeding is heel gewoon. Een baby die genoeg binnenkrijgt en zich goed ontwikkelt, doet het goed — punt.

        
        

    Wat ik wél wil, is dat je weet waar je ja of nee tegen zegt. Toen ik me hier een paar maanden geleden verder in verdiepte, was ik oprecht verbaasd over hoeveel er in moedermelk zit. Dat deel ik graag — niet om iemand te overtuigen, maar omdat het fascinerend is.

        

    Hoe werkt de spijsvertering van een baby?

        

    Bij een vaginale bevalling krijgt je baby meteen een eerste kennismaking met jouw bacteriën. Dat is geen toeval: het is de start van zijn eigen darmflora.

        

    De darmen van een pasgeborene zijn nog niet af. De darmwand laat meer door dan later. Dat klinkt als een gebrek, maar het heeft een functie: een baby kan nog nauwelijks zelf verteren, en moedermelk is al voorverteerd. De melk legt bovendien een beschermlaag over die kwetsbare darmwand heen.

        

    Rond zes maanden is dat systeem een stuk verder ontwikkeld. Daarom adviseren de huidige richtlijnen om rond die leeftijd te starten met vaste voeding, in plaats van rond vier maanden. Over dat moment schrijf ik binnenkort een apart stuk.

        

    Zes dingen die me verbaasden

        

    Moedermelk is geen vaste formule. De samenstelling verandert mee met je kind: colostrum, de eerste melk, bevat meer ijzer dan de melk die er weken later is. Zelfs binnen één voeding verandert de verhouding tussen vet en vocht.

        
          

    Tweehonderd soorten HMO’s. Suikers die je baby zelf niet verteert. Ze zijn er puur voor zijn darmbacteriën.

          

    Levende bacteriën, waaronder lactobacillen. Moedermelk is dus niet steriel — en dat is precies de bedoeling.

          

    Immuunstoffen. Antilichamen, witte bloedcellen, lactoferrine, lysozym. Je geeft je afweer letterlijk door.

          

    Hormonen en groeifactoren die meespelen bij de ontwikkeling van darmen, bloedvaten en zenuwstelsel.

          

    MicroRNA’s. Kleine stukjes erfelijk materiaal die meebepalen welke genen worden afgelezen. Hier wordt nog volop onderzoek naar gedaan.

          

    Cholesterol. Dat klinkt gek, want cholesterol heeft geen beste naam. Maar een baby heeft het nodig als bouwsteen voor hormonen en zenuwstelsel.

        
        

    Wil je zien hoe dat werkt met die immuunstoffen? In deze video wordt kort uitgelegd welke antistoffen in moedermelk zitten en wat ze doen. Bekijk de video →

        

    En flesvoeding?

        

    Zuigelingenvoeding is in Europa streng gereguleerd. Wat erin mag en moet zitten, ligt wettelijk vast — precies zodat een baby die flesvoeding krijgt, krijgt wat hij nodig heeft. Je hoeft je dus geen zorgen te maken dat je een onveilig product in huis haalt.

        

    Maar binnen die regels is er wel degelijk verschil tussen merken. En daar wordt zelden over verteld. Vier dingen waar je zelf naar kunt kijken op het etiket:

        
          

    Prebiotica of probiotica? Steeds meer merken voegen die toe, maar niet allemaal, en niet in dezelfde vorm.

          

    Welke vetten? Hier verschillen merken onderling behoorlijk.

          

    In welke vorm zitten de mineralen? Mineralen zijn altijd gekoppeld aan een andere stof, en die koppeling beïnvloedt hoe goed het lichaam ze opneemt.

          

    Koemelk of geitenmelk? Beide voldoen aan de eisen. Sommige ouders merken verschil in verdraagbaarheid; hard bewijs dat de een beter is dan de ander is er niet.

        
        

    Twijfel je over een merk, of verdraagt je kindje iets niet goed? Bespreek dat met je consultatiebureau of huisarts. Wissel niet op eigen houtje van voeding wanneer er klachten zijn.

        
          

    Wat borstvoeding voor jóu doet

          

    Bij het voeden komt oxytocine vrij. Dat helpt je baarmoeder sneller samentrekken, wat de kans op nabloeden verkleint — ook na een keizersnede.

          

    Oxytocine en cholecystokinine maken zowel jou als je baby slaperig na een voeding. Dat is geen toeval maar ontwerp.

          

    Langer voeden hangt samen met een lager risico op borstkanker vóór de overgang en op bepaalde vormen van eierstokkanker.

        
        

    Waar het op neerkomt

        

    Je hoeft geen perfecte keuze te maken. Je mag wel een geïnformeerde keuze maken — en dat is iets heel anders.

        

    Loop je ergens tegenaan rond voeding in de periode van zwangerschap, borstvoeding of de eerste hapjes? Bij voedingsproblemen bij je baby ga je naar het consultatiebureau of een lactatiekundige. Gaat het om jouw eigen voeding in deze periode, dan kijk ik graag met je mee.

        
          Plan een gratis kennismaking     
        

    Bronnen: NCBI — samenstelling van moedermelk · Borstvoeding.nl

      
      
  • kwaliteit van supplementen

    ← Terug naar de website
    Voeding & supplementen

    Waarom de vorm van je supplement net zo belangrijk is als de inhoud

    Diëtetiek Maastricht · Janou Lemmerling

    In mijn praktijk zie ik het patroon steeds terugkomen: iemand koopt een potje vitamines, slikt het trouw een paar maanden, en kan me dan niet vertellen of het ook echt iets doet. Niet omdat mensen niet opletten — maar omdat de meeste potjes op de plank simpelweg niet laten zien wát erin zit, laat staan of dat de vorm is die je lichaam ook goed kan gebruiken.

    Want daar zit ‘m de crux: het gaat niet alleen om wélk vitamine of mineraal er op de verpakking staat, maar ook in welke vorm.

    Waarom je lichaam ze eigenlijk nodig heeft

    Vitaminen en mineralen zijn geen extraatje — ze zijn onmisbare bouwstenen. Zonder hen kan je lichaam geen energie aanmaken, geen botweefsel opbouwen en geen hormonen produceren zoals serotonine en melatonine. Denk aan een orkest: elk instrument speelt zijn eigen rol, en als er eentje ontbreekt, hoor je dat meteen terug in het geheel.

    Moet iedereen dan supplementen slikken?

    Zeker niet automatisch. Maar in bepaalde fases van je leven kan extra ondersteuning wél zinvol zijn: bij langdurige stress, tijdens herstel van een ziekte, of bij klachten zoals aanhoudende moeheid waar je de vinger niet achter krijgt. Ook medicijngebruik speelt mee — sommige medicijnen onttrekken juist vitaminen en mineralen aan je lichaam, waardoor er minder overblijft voor andere taken.

    En nee, voeding alleen biedt geen garantie meer. Door uitputting van landbouwgrond bevatten groenten en fruit gemiddeld minder voedingsstoffen dan een generatie geleden.

    Praktijkvoorbeeld: maagzuurremmers

    Een tekort ontstaat vaak sluipend en wordt zelden direct herkend. Een voorbeeld dat ik regelmatig tegenkom: langdurig gebruik van maagzuurremmers kan een vitamine B12-tekort veroorzaken. Logisch, als je bedenkt dat je lichaam maagzuur nodig heeft om B12 uit voeding op te nemen — minder maagzuur betekent minder opname. De klachten die hieruit kunnen voortkomen: vermoeidheid en haaruitval.

    De vorm maakt het verschil

    Een mineraal komt nooit los in een capsule terecht — het is altijd gekoppeld aan een andere stof, en die combinatie bepaalt hoe goed je lichaam het kan opnemen. Neem magnesium als voorbeeld: eindigt de naam op ‘-oxide’, zoals magnesiumoxide, dan is dat een van de minst goed opneembare vormen. Magnesiummalaat is een stuk beter. Onderstaand overzicht laat zien welke verbindingen doorgaans beter en minder goed worden opgenomen.

    Tabel 1 — kwaliteit mineralen
    Minder opneembaar Beter opneembaar
    CarbonaatAscorbaat
    ChlorideChelaat
    FosfaatCitraat
    HydroxideFumaraat
    NitraatGluconaat
    OxideMalaat
    Orotaat
    Picolinaat
    Tauraat
    Bisglycinaat
    Lactaat
    Palmitaat

    Datzelfde principe geldt voor vitaminen. Een paar veelgekochte voorbeelden, waarbij mensen vaak net de minder optimale variant in hun mandje leggen:

    Tabel 2 — kwaliteit vitaminen
    Minder opneembaar Beter opneembaar
    B11 – foliumzuurB11 – Folaat
    B12 – CyanocobalamineB12 – Methyl- of Adenosylcobalamine
    E – DL-Alpha-tocoferolE – D-alpha-Tocoferol
    K1 – FylloquinonK2 – Menaquinon
    D2 – ErgocalciferolD3 – Cholecalciferol

    Het aanbod aan supplementen groeit ieder jaar, en daarmee ook de verwarring. Heb je dan óók nog een specifieke klacht, dan is het puzzelen welk voedingsstof daar precies bij hoort. Ook ik zoek dat soms nog even na, om zeker te weten dat ik het juiste advies geef.

    5 tips voor een betere keuze

    1. Check de exacte vorm. Staat er alleen ‘B6’ op de verpakking, zonder verdere specificatie? Sla het over. Ga voor een concrete vermelding, zoals Pyridoxaal-5-Fosfaat.
    2. Ga voor een orthomoleculair merk. Bij een fabrikant die op prijs concurreert, wordt vaak bespaard op de kwaliteit van de grondstof. Ook bij bekendere merken uit de drogisterij loont het om het etiket goed te lezen.
    3. Hoe minder vulstoffen, hoe beter. Onnodige toevoegingen hoeven niet.
    4. Volg het advies op de verpakking. Meer is niet altijd beter.
    5. Overweeg een brede multivitamine boven één losse vitamine of mineraal — je lichaam heeft in de meeste processen meerdere stoffen tegelijk nodig.

    Het belangrijkste om te onthouden: weet wát je inneemt, en waaróm. Twijfel je of jouw supplement wel de juiste vorm en dosering heeft, of wil je hier samen naar kijken? Neem gerust contact op — dan zoeken we dat samen uit.

    Liefs, Janou